Wanneer schrijf je dan?

‘Maar wanneer schrijf je dan? Ik bedoel, je hebt een fulltime baan en een gezin. En dan ook nog een boek schrijven?’

Deze vraag krijg ik heel vaak. Het valt inderdaad niet mee om tijd te vinden. Zolang het in Nederland niet mogelijk is om te leven van je boeken, een paar collega’s daargelaten, maar die kun je letterlijk op één hand tellen, zul je te midden van je baan en andere bezigheden tijd moeten vinden om te kunnen schrijven.

Tijd over is een illusie

Hoewel, tijd vinden? Het is meer dat je tijd moet creëren, want als je de illusie hebt dat je ergens wel tijd ‘over’ hebt, dan kom je van een koude kermis thuis: die heb je op een of andere manier niet.

Het werd me eens te meer weer eens duidelijk dat schrijven discipline vereist.

Met mijn laatste boek (het derde deel uit de Justin-reeks, dat rond de zomer uitkomt) was ik een aardig eind op weg, totdat we besloten dat we gingen verhuizen. Dan kom je ineens in een andere film, namelijk in die van huis opruimen voor foto’s, hypotheek regelen, inpakken (en een hoop weggooien), het verhuizen zelf, klussen, inrichten en genieten van de rust. Oh ja, en dan had ik ook nog een boek-in-wording.

Geen ochtendmens

Ik moest een nieuw ritme zien te vinden, want met een avondje in de week schrijven zou het nog weken, misschien wel maanden duren voordat het boek af zou zijn. Hoewel ik geen ochtendmens ben, moet ik wel elke ochtend vroeg op om voor de files uit in Amsterdam op school te zijn. Mijn gedachte was dat als ik nog ietsje eerder de wekker zou zetten en zou gaan schrijven voordat ik naar school ging, ik dan uiteindelijk meters kon maken.

Zo gezegd, zo gedaan. De eerste keer zat ik met fijngeknepen oogjes naar het scherm te staren, mezelf verwijtend dat ik dit idiote plan had verzonnen. De koffie was al op voordat ik de eerste toets op mijn laptop had ingedrukt, maar uiteindelijk begon ik te typen. Het lukte. Ik kreeg iets op papier.

Minimaal 500 woorden

Dit heb ik volgehouden en uiteindelijk kwam er ritme. Elke ochtend zat ik om zes uur met een pot koffie naast me te schrijven. Ik kreeg het voor elkaar om per ochtend minimaal vijfhonderd woorden te produceren. In het weekend ging ik door (wel ietsje later), dus per week schreef ik tussen de 3500 en 4000 woorden en dat tikte lekker aan.

Het werd me eens te meer weer eens duidelijk dat schrijven discipline vereist. Als je deze vindt, dan lukt het ook echt. Het enige nadeel is dat nu ik mijn manuscript af heb en even niet zo vroeg op hoef, mijn biologische klok daar heel anders over denkt.


Fan van Justin? Schrijf je nu in en hoor echt als eerste over het nieuws rondom de boeken van Justin.

In de Justin-reeks zijn inmiddels twee spannende, magische avonturen verschenen (als leesboek én als luisterboek):

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *