Drie verhalenspelletjes die niets kosten

Naar verhalen luisteren of ze lezen prikkelt de fantasie en de creativiteit. Kinderen willen verhaaltjes vaak naspelen of verzinnen eigen variaties. Een alternatief daarvoor is ze helemaal zelf verhaaltjes te laten verzinnen. Het leuke is dat je als ouder of leerkracht dat niet alleen kunt stimuleren met eenvoudige spelletjes, maar dat je er ook zelf aan mee kan doen of zelfs voor jezelf kan gebruiken om verhaaltjes te maken.

Er zitten geen grote theorieën achter over hoe je verhalen moet maken. Dat is ook niet nodig, want het gaat echt om het stimuleren van de eigen fantasie en creativiteit. Dat is ook het leukst.

De drie spelletjes gaan dan ook uit van observeren en bedenken. Goed om je heen kijken en gebruik maken van de alledaagse dingen die je ziet of kunt verzinnen, maken dat je veel plezier kunt hebben en vaak verrassende resultaten krijgt.

1: Wandelen en stilstaan

Ga nu eens niet op een hol naar de supermarkt, maar neem met je kind eens echt de tijd om daar rustig naartoe te wandelen. Wie en wat zie je allemaal en welke situaties kom je tegen? Sta af en toe stil om een bepaalde situaties eens echt goed te bekijken. Vraag je af wat er achter de situatie zit en laat je fantasie daarbij de vrije loop. Alles wat je ziet kan immers een ingang zijn voor een spannend verhaal.

Voorbeeld

Situatie: Je ziet op weg naar de supermarkt in de speeltuin die je passeert, een jongetje op een schommel. Dit jongetje wordt geduwd door een vrouw. Is het jongetje blij of juist niet? Duwt de vrouw hard of zacht? Hoe kijkt ze erbij? Kijkt ze gehaast of lijkt ze de tijd te hebben? Kijkt ze ondertussen op haar telefoon?
Begin van je verhaal: Deze vrouw kijkt op haar telefoon, omdat ze de tijd wil weten. Ze heeft een afspraak. Het jongetje is niet haar zoon, maar de zoon van de koning. De vrouw is de oppas. Het jongetje moet op tijd terug zijn in het kasteel, anders gaat alles mis. Met wie heeft de oppas een afspraak en waarom…?

2: In de tuin

Ga met je kind de tuin in en kijk goed rond. Wat is het eerste dier dat jullie tegenkomen? Dat dier is de hoofdpersoon van je verhaal. Ga nu naar de plek waar al het buitenspeelgoed ligt (bijvoorbeeld de schuur) en kijk welk buitenspeelgoed jullie als eerste tegenkomen. Dat is een belangrijk onderdeel in je verhaal. Vraag nu aan je kind waar het de laatste keer op schoolreisje is geweest. Daar speelt het verhaal zich af.

Voorbeeld

Wat heb je gevonden: Het eerste dier dat je tegenkwam in de tuin was een worm. Het eerste speelgoed dat jullie zagen was een strandbal. Het laatste schoolreisje was naar de Efteling.

Begin van je verhaal: Willem worm duwt tegen zijn strandbal. Hij moet opschieten. Over een halfuurtje gaat de Efteling open en dan wil hij zijn bal hebben afgeleverd. Willem vraagt zich nog steeds af waarom de fakir zo nodig zijn strandbal moest lenen. De fakir had het ook nog over de zeven geitjes. Willem snapte er niets van, maar wat hij wel snapte was dat als hij het niet deed, de fakir hem zou omtoveren. Hij bibberde van het idee alleen al, dus duwde hij snel verder…

3. Aan tafel

Geef elkaar, bijvoorbeeld tijdens het avondeten, drie woorden en maak daar een verhaal mee. Het eerste woord is een persoon (sprookjesfiguur, iemand die je kent, een dier, een fantasiefiguur etc.). Het tweede woord is een ruimte (zolder, huiskamer, klaslokaal, winkel etc.). Het derde woord stelt een probleem voor (vastgebonden, schreeuw, overval, verdwaald etc.). Met deze onderdelen maak je je verhaal.

Voorbeeld

De woorden: je krijgt (of geeft) de woorden: Sneeuwwitje, klaslokaal en verdwaald.

Begin van het verhaal: Sneeuwwitje keek geschrokken om zich heen. Ze was in een klaslokaal dat ze niet herkende. Waar was ze? Hoe was ze hier terecht gekomen? De tafels en stoelen waren te groot voor dwergen. Ze waren zelfs te groot voor haar. Het leek wel een klaslokaal voor kinderen van reuzen. Plotseling hoorde ze voetstappen. Ze keek paniekerig om zich heen. Waar kon ze zich verstoppen…?

Varianten

Er zijn verschillende manieren waarop je de verhalen kunt maken. Dit is deels afhankelijk van je kind (en van jezelf). Vind je kind het fijn om alles zelf te verzinnen? Lekker laten gaan. Sommige kinderen vinden het juist fijn om op weg te worden geholpen, maar je kan de verhalen natuurlijk ook samen maken door ieder steeds een deel aan te vullen.

Ben je leerkracht? Deze manier van werken kan heel leuk zijn in de klas als je bijvoorbeeld wil aansluiten bij een thema. Je kunt de kinderen zelf aan de gang laten gaan, maar je kunt op basis van een van de werkvormen hierboven ook zelf een verhaal maken voor dat thema. Dat is echt veel leuker dan uren het internet afstruinen op zoek naar een geschikt verhaal.

Heb je nog leuke suggesties voor hoe je ook verhalen kan verzinnen? Laat het weten, dan plaats ik ze op mijn website (met jouw naam als bron natuurlijk): vraaghetaan@marcelheunks.com.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 20160115-Naam-voluit-geschreven-transparant-stift-1024x768.jpg

Volg mijn blog op Bloglovin

Fan van Justin? Schrijf je nu in en hoor als eerste over het nieuws rondom de boeken van Justin.

In de Justin-reeks zijn inmiddels twee spannende, magische avonturen verschenen (als leesboek én als luisterboek):

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *